De noodzaak van nieuwe normen voor datacenter design

Blog

Categorieën

Naast de bestaande 'vaste' beschikbaarheidsnormen heeft de datacenterbranche behoefte aan een aanvullende en flexibelere classificatienorm die visionaire ontwerpen oplevert die veerkrachtig, duurzaam en efficiënt zijn. De branche en het milieu zullen beiden profiteren van een flexibel, open-source-classificatiemodel dat alle belanghebbenden van datacenters in staat stelt te innoveren om te komen tot een duurzamer datacenterontwerp.

Ongeveer 20 jaar geleden ontwikkelden organisaties als de UI, TIA en BICSI de eerste normen voor het ontwerp, de bouw en beheer van datacenters (bijv. BICSI 0-3 en Uptime Tier I t/m IV). De eenvoud en duidelijkheid van deze normen hebben ertoe geleid dat deze nu gelden als referentiepunt voor ontwerp binnen de datacenterbranche.
Deze normen zijn meestal gestructureerd in 4 progressieve klassen die alleen betrekking hebben op traditionele ontwerpen gebaseerd op redundante dieselgeneratoren en UPS'en. Elke klasse is gerangschikt op prestatie en uptime en omvat de eisen van de voorgaande klasse:

  • Basic non redundant: capaciteitseisen voor een dedicated datacenterlocatie
  • Basic redundant: capaciteitscomponenten die de beschikbaarheid van het datacenter verbeteren
  • Concurrent maintainable: hoger redundantieniveau, waardoor de subsystemen van het datacenter kunnen blijven werken tijdens vervanging of onderhoud van onderdelen van de subsystemen
  • Fault-tolerant: datacenter met volledig redundante subsystemen

 

De eenvoudige en duidelijk structuur van deze normen heeft de afgelopen twee decennia goed gewerkt voor de datacenterbranche, maar nu is het tijd voor verandering. De vaste structuur per ontwerp van de bestaande classificatiesystemen werkt niet stimulerend voor de innovatie van datacenterontwerpen, terwijl innovatie cruciaal is om de duurzaamheid van de datacenterbranche te verbeteren. Daarnaast kan een steeds groter aantal bestaande datacenters en datacenters in aanbouw niet worden geclassificeerd met behulp van de traditionele normen. Drie veelgebruikte typen ontwerpen die niet geclassificeerd zijn:

  1. Ontwerpen waarin gebruik wordt gemaakt van alternatieve energiebronnen, zoals grid-only-energie, zonne-energie, windenergie, brandstofcelenergie en getijdenenergie
  2. Ontwerpen gebaseerd op meerdere genetwerkte datacenters
  3. Ontwerpen waarin beschikbaarheidsfuncties worden toegepast die buiten hun classificatie vallen, maar niet aan alle eisen voldoen om in de volgende klasse te worden ingedeeld

Onderstaand worden enkele voorbeelden gegeven van visionaire, ongeclassificeerde datacenterontwerpen die niet afhankelijk zijn van dieselgeneratoren als primaire of secundaire stroomvoorziening:

  • Datacenters die uitsluitend op groene energie draaien
  • Datacenter dat is aangesloten op het Europese internationale netwerk als primaire stroomvoorziening, gelegen in de buurt van een 110KV-station. Dit internationale netwerk is de afgelopen zes decennia 100% beschikbaar geweest.
  • Datacenter met zon- of windgenerator ter plaatse en het elektriciteitsnetwerk of brandstofcellen als back-up
  • Twee externe datacenters die één applicatie draaien, één datacenter werkt op zonne- en windenergie en één datacenter werkt op het elektriciteitsnetwerk
  • Datacenter zonder dieselgeneratoren met enkele en dubbele voedingen
  • Datacenter met brandstofcellen als primaire bron en het elektriciteitsnetwerk als back-up

Bron: Interxion

Samengevat: de eenvoud die heeft geleid tot de acceptatie van een wereldwijde classificatienorm staat nu vooruitgang in de weg; deze sluit niet aan op de huidige drang naar innovatie en duurzaamheid van de datacenterbranche.

De branche is klaar voor een open-source en flexibel classificatie model waar alle belanghebbenden achter staan, dat innovatie binnen duurzaam datacenterontwerp stimuleert en concessies doet op het gebied van kosten- en energie-efficiëntie om vaste prestatie- en uptimeklassen te volgen.

We roepen op tot een brede discussie binnen de branche om steun te creëren voor een flexibele en open norm, geleid door een niet-commerciële organisatie die input aanvaardt en branche-overkoepelende samenwerking van alle belanghebbenden toejuicht.